Naar de inhoud
Quickscan Gratis quickscan

· 4 min lezen · Sollo EPC

SPRILA: zonder laadpaal levert je batterij niets op

De meest gemiste voorwaarde in de regeling: opslag zonder laadstation krijgt nul euro, en ook mét laadstation moet de batterij vooral die laadpunten voeden. Wie dat vooraf weet, ontwerpt zijn systeem anders.

batterijopslagkwartierdatanetcongestielaadinfrastructuurpeakshavingsubsidiezonnepanelen

Van alle vragen die we over SPRILA krijgen, gaat er één bijna nooit over het bedrag. Terwijl daar de kostbaarste misvatting zit: op batterijopslag zit alleen subsidie als je ook nieuwe laadinfrastructuur aanlegt, en als de batterij die laadpunten voedt.

Geen laadpaal, geen snellader: geen bijdrage. Niet minder, maar nul.

Wat er wél vergoed wordt

De regeling kent twee grondslagen, en die werken heel verschillend. Beide hangen af van de vraag of je onderneming mkb of groot bedrijf is: mkb krijgt het dubbele.

Laadstations krijgen een vast bedrag per stuk, per klasse (2026):

Type Mkb Groot bedrijf
AC-laadstation vanaf 11 kW € 800 € 400
AC-duopaal vanaf 2× 11 kW € 1.600 € 800
AC-laadstation vanaf 43 kW € 1.760 € 880
AC-duopaal vanaf 2× 43 kW € 3.520 € 1.760
DC-laadstation vanaf 20 kW € 3.900 € 1.950
DC-laadstation vanaf 50 kW € 9.760 € 4.880
DC-laadstation vanaf 100 kW € 17.700 € 8.850
DC-laadstation vanaf 150 kW € 24.400 € 12.200
DC-laadstation vanaf 220 kW € 31.000 € 15.500
DC-laadstation vanaf 350 kW € 52.500 € 26.250
DC-laadstation vanaf 550 kW € 88.000 € 44.000

Batterijopslag gaat per kWh: € 85 voor mkb, € 60 voor een groot bedrijf, tot maximaal 1.000 kWh.

De voorwaarden voor de batterij

Hier gaat het in de praktijk mis. Een batterij komt alleen in aanmerking als:

  • hij samen met nieuw aan te leggen laadinfrastructuur wordt aangevraagd;
  • minimaal 70% van de kWh die hij ontlaadt aantoonbaar naar de laadstations gaat. RVO kan binnen twee jaar na vaststelling om de gebruiksgegevens vragen;
  • de C-waarde (vermogen gedeeld door capaciteit) hooguit 0,5 is: een batterij van 200 kWh levert dan maximaal 100 kW;
  • de subsidie voor batterij en laders samen minimaal € 25.000 is.

Die 70%-eis is nieuw in 2026, en hij verandert het verhaal. Een batterij die vooral je bedrijfspiek aftopt en er “ook een laadpaal bij krijgt”, voldoet niet. De batterij moet in de eerste plaats je laadpunten voeden.

Reken niet terug naar een bedrag per kW

Een valkuil bij de DC-bedragen: het zijn vaste bedragen per klasse, geen tarief per kW. Wie deelt, komt op rare uitkomsten uit: voor mkb € 195 per kW bij 50 kW, € 141 per kW bij 220 kW, € 160 per kW bij 550 kW. Die reeks loopt niet netjes op.

Het loont dus om te weten in welke klasse je lader valt. Bij DC telt het totale vermogen van het station, niet dat van één laadpunt. Een station van 145 kW zit in de klasse “vanaf 100 kW” en levert een mkb'er € 17.700 op; op 150 kW springt het naar € 24.400. Dat is € 6.700 verschil op vijf kilowatt.

Wat de voorwaarden met je ontwerp doen

Stel: een mkb-bedrijf zet één DC-laadstation vanaf 150 kW neer voor het eigen wagenpark, met een batterij van 200 kWh en 100 kW die de laadsessies opvangt, zodat de aansluiting niet verzwaard hoeft te worden.

  • DC-laadstation vanaf 150 kW: € 24.400
  • 200 kWh batterij × € 85: € 17.000
  • Samen: € 41.400

Dezelfde opstelling bij een groot bedrijf komt op € 12.200 + € 12.000 = € 24.200. Dat is net onder de € 25.000 die met een batterij minimaal nodig is, dus dan telt de batterij niet mee. Een tweede laadstation of een hogere klasse lost dat op.

De vraag is dus niet “wil ik er een laadpaal bij”, maar “gaat het grootste deel van mijn batterijstroom naar laden”. Bij een laadplein, een truckdepot of een wagenpark dat 's nachts laadt, is dat antwoord vaak ja. Is het antwoord nee, dan is dat ook waardevolle informatie: dan reken je de batterij door zónder SPRILA. Staat hij naast je zonnepanelen, dan kan de EIA wel gelden: 40% van de investering aftrekbaar van je fiscale winst.

Vooraf aanvragen, niet achteraf

Nog een voorwaarde die projecten laat stranden. Vanaf € 25.000 subsidie, en met een batterij zit je daar altijd boven, vraag je SPRILA aan vóórdat je de opdracht geeft, met een niet-ondertekende offerte. Wie al getekend heeft, krijgt niets. RVO streeft naar een beoordeling binnen zes weken; de wettelijke termijn is dertien weken. Aanvragen gaan op volgorde van binnenkomst, zolang er budget is. De openstelling van 2026 loopt tot 18 december 2026.

Wij dienen de aanvraag standaard samen met je in; jij levert de bedrijfsgegevens, de mkb-verklaring als je mkb bent, en de machtiging.

Bron: RVO, SPRILA-aanschaf, geraadpleegd op 30 september 2026.


Wil je weten wat er op jouw locatie kan? Reken je opstelling door of vraag de gratis quickscan aan en upload je kwartierdata: we rekenen het vrijblijvend na.